header de new

De Orde van Sint Lazarus sinds de Middeleeuwen

In Jeruzalem, buiten de muren van de stad, stond vóór de kruistochten een ziekenhuis voor leprozen, dat gewijd was aan Sint Lazarus. Het ziekenhuis viel onder de jurisdictie van de Grieks – Melkitische Patriarchen van Jeruzalem, en werd bediend door Armeense monniken die gehoorzaamden aan de Regel van Sint Basilius de Grote. De Orde van Sint Lazarus is voortgekomen uit dit ziekenhuis.

Na de inname van Jeruzalem in 1099 door de kruisvaarders, gaan de ridders die melaatsheid hadden opgelopen naar het hospitaal van Sint Lazarus om zich te laten behandelen. Sommigen blijven bij de kloostergemeenschap en leggen hun geloften af, terwijl zij hun – militaire – ridderverplichtingen behouden. In de 12e eeuw nemen de hospitaalridders de regel van Sint Augustinus aan. Zo is de uiteindelijke identiteit van de Orde ontstaan. De Orde krijgt pauselijke erkenning als religieuze Militaire en Hospitaal Orde met de bul die Paus Alexander IV op 11 april 1255 uitvaardigde.

beleg Akko

Tijdens het beleg van Akko in 1291 nemen de ridders van de Orde deel aan de verdediging van de laatste citadel van de christenen in het Oosten. De Orde heeft dan inmiddels commanderijen verspreid over Europa. Na het verlies van haar bezittingen in het Heilige Land keert de Orde naar Europa terug. Om de Orde te beschermen tegen plunderingen neemt Filips IV, Koning van Frankrijk, in 1308 de Orde van Sint Lazarus onder zijn bescherming. Sindsdien is deze bescherming steeds erfelijk doorgegeven.
In 1799 wordt Tsaar Paul I van Rusland tot de Orde toegelaten, in 1808 Koning Gustaaf IV van Zweden. Daarna treden ook andere niet–katholieke christenen toe en zo wordt een specifiek aspect van de Orde gevestigd: haar oecumenisch karakter.

Tijdens de Revolutie van 1830 verliest de Orde haar wereldlijke beschermheer, wanneer Koning Karel X in ballingschap gaat. De Orde richt zich daarop tot haar oorspronkelijke beschermheer, de Grieks-Melkitsche patriarch. In 1841 stemt Patriarch Maximos III er in toe het beschermheerschap, zowel het wereldlijke als het spirituele, op zich te nemen.
In de loop der jaren voegen ridders, die erkend zijn door de opeenvolgende patriarchen, zich bij de laatste ridders die tijdens de Restauratie zijn benoemd, om de activiteiten van de Orde voort te zetten.

Na de Eerste Wereldoorlog ontwikkelt de Orde zich verder internationaal, zij krijgt ook vaste voet buiten Europa: in de Verenigde Staten en in Canada.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog organiseert de Orde van Sint Lazarus een ambulance korps voor het Franse front. Gedurende de bezetting richten de leden van Orde een korps op van EHBO-vrijwilligers onder de naam ‘Vrijwilligers van de Orde van Sint Lazarus’. Hun inzet wordt door de Franse overheid erkend, en de leider van het kapittel van de Orde ontvangt het Oorlogskruis.

schweitzer

Na de oorlog pakken de ridders van Sint Lazarus hun ziekenzorg activiteiten weer op. In Afrika worden poliklinieken opgezet, in Senegal wordt als pilot project een leprozendorp gebouwd. De internationaal vermaarde arts en predikant Albert Schweitzer treedt toe tot de Orde en gaat haar helpen met Afrikaanse projecten. Het optreden van de Orde wordt beloond met formele erkenning als ridderorde door een aantal staten: Bolivia in 1950, Canada in 1963, Oostenrijk in 1977, Kroatië in 1992, Hongarije in 1993, Tsjechië in 2012.

In 2004 wordt de legitimiteit van de Orde weer vergelijkbaar met de status van voor 1830. Op 12 september van dat jaar neemt het hoofd van het Franse Koninklijke Huis het beschermheerschap op zich, aanknopend bij de historische traditie. Tijdens een plechtige ceremonie in de kathedraal van Orléans, in aanwezigheid van talrijke hoogwaardigheidsbekleders, wordt Prins Charles –Philippe van Orléans geïnstalleerd als 49e grootmeester. De installatie wordt bevestigd door kardinaal Paskai, waarmee de link met het Vaticaan weer wordt gewaarborgd. Hiermee komt een einde het beschermheerschap van de Grieks-Melkitische patriarchen, dat zij gedurende anderhalve eeuw op zich hadden genomen ter vervanging van dat van het Franse Koninklijk Huis en de Katholieke kerk.

Een deel van de Orde bleef trouw aan het grootmeesterschap van de Hertogen van Sevilla. Sindsdien is er sprake van een Franse Obediëntie en een Maltese Obediëntie. Een reünificatiecommissie werkt aan de hereniging van de beide takken van de Orde.

De Orde van Sint Lazarus in Nederland

In 1932 werd de Orde door middel van een Grootprioraat in Nederland hersteld. Tot Grootprior werd benoemd de diplomaat Maurits van Vollenhoven, Heer van Kleverskerke.

VollenhovenNa de Tweede Oorlog werd Van Vollenhoven opgevolgd door de voormalige minister van Economische Zaken, prof. dr. ir. H.C.J.H. Gelissen. Een andere bekende naoorlogse Grootprior is de Haarlemse burgemeester mr. dr. L. de Gou. In 1978 werd De Gou opgevolgd door Jhr. dr. Boddaert, die op zijn beurt werd opgevolgd door Prof. Mr. J.F.J.Th. Deelen. In 1995 werd dr. C. Hagen Grootprior, opgevolgd door drs. J.H. Kraayenhagen. De huidige Grootprior is de heer C.C.Th.M.Th. Beke.

Het Grootprioraat der Nederlanden, met ongeveer 50 leden, is nog steeds gericht op de traditionele doelstelling van de Orde: het gevecht tegen de infectie ziekten zoals lepra, maar zet zich ook breder in voor gezondheidszorg en armoedebestrijding.. De Nederlandse Orde ondersteunt daartoe diverse projecten in binnen- en buitenland. Vanaf 2013 heeft de Nederlandse Orde haar krachten gebundeld met het Erasmus Medisch Centrum voor een structurele aanpak onder de naam ‘The Travelling Doctors’.

Daarnaast is de Stichting Vrienden van Saint Lazare voor de Orde actief. De doelgroep wordt gevormd door jongeren en studenten; met charitatieve activiteiten dragen zij bij aan de doelstellingen van de Orde.